Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Uitzoomen

Hoe is mij een raadsel, maar ik ben altijd stipt op tijd. Zo ook gister, op Schiphol, ondanks de drukte en alles wat tegen leek te zitten.  De vlucht had geen vertraging maar juist versnelling en ik stond met R. keurig op tijd bij de juiste gate. Soms probeer ik expres te laat te komen, maar faal hier keer op keer in. Dat maakt mij een onzeker persoon, die tijd verworpen heeft en enkel nog gelooft in het terugkeren van het tij.

Eenmaal op Schiphol draag ik R. zoals moeders dat doen: stevig tegen mij aan, warm en veilig. Hoe het zou zijn een kindje in mijn buik te dragen? Op die momenten wil ik dat ervaren; het leven in mijn lijf voelen, dat moet één van de mooiste momenten in het leven zijn. Als dan de beelden van messen, een keizersnee en hechtingen voorbij komen ben ik blij dat ik staand kan pissen.

We lopen langs Aziaten, Oost-blokkers, Afrikanen, Nederlanders en nog veel meer nationaliteiten. Naast al die culturen op het netvlies, ook nog eens Kerstkitscherige winkelverlichtingen die elk nog meer en beter proberen op te vallen. Al die kleuren, het maakt indruk. Ergens geniet ik ervan, het is alleen lastig te beschrijven waar dat genot vandaan komt.

Is het de nostalgie van kerst, dat dankzij de consumptiemaatschappij diep in mijn wezen geworteld zit? Of komt het tot stand dankzij het inzicht dat ondanks uiterlijke verschillen we allemaal hetzelfde willen, en misschien wel hetzelfde zijn? Tijdens het wachten op mama, ben ik vooral bezig met de laatste vraag.

Ik zoom uit en vlieg in een denkbeeldige drone boven de menigte en kijk neer op kleine R, die nog kleiner lijkt, ikzelf lijk van bovenaf op een hazewindhond. Het apparaat vliegt van gate naar gate en overal is er hereniging. Lang (tijd bestaat niet, dus het woord lang is voor ieder een andere beleving) gemiste liefdes die weer beantwoord worden, van mens, dier en materie. Tijdens deze momenten verschijnen universele glimlachen op variërende gezichten. Een glimlach is altijd leesbaar, het is een brug naar het nu, het geeft verlichting en verbinding. Zonder zijn we verloren, daarom kunnen we het allemaal.

Terwijl dit schouwspel plaatsvindt oefen ik alvast mijn glimlach voor het dadelijke ontvangst. Ik trek een paar keer mijn wangen richting mijn wenkbrauwen, zet de boel even flink op spanning. Blijkbaar ziet dit er vreemd uit, want het kindje tegenover mij barst in huilen uit. Ondanks dat vliegtuig geland is en dit net nog leesbaar was, is er onrust in mijn lijf. Waar blijft ze toch? Is alles goed gegaan? 

Kleine R. speelt verstoppertje met het daarnet nog verdrietige jochie en ik pak om het ongemak te doden, mijn telefoon vaker dan anders. Nog een keer het vluchtnummer controleren en daarna raak ik de weg kwijt op FB. Het bord met de boodschap dat ze mogelijk ook bij een andere gate kan uitstappen vergroot de onrust.

R. doet haar ding en ik besef dat piekergedachten niet helpend zijn. Steeds maar weer uitzoomen, een prettige tool om afstand te nemen van de interne dialoog. Dan hoor ik mijn naam. Het geluid van die stem; mijn lijf resoneert met de trilling, een golf van aangename gewaarwordingen deint van top tot teen door mijn verpakking.

Ze glimlacht, het is alsof er een stukje hemel zich openbaart en zegt: ''kom maar binnen, je bent welkom.'' De rest van mijn leven wil ik je zo zien. Ik wil je steeds opnieuw ontmoeten. Weg met die sleur en irritatie, die trap ik de deur uit. Opnieuw ontmoeten doen we eigenlijk allemaal. Iedere cel, molecuul, atoom in ons lijf ondergaat continu een proces van leven en sterven, van vernieuwing.

Thuis struikel je over luiers en de meiden zijn zielsgelukkig. Het wordt een dag gevuld met vreugde. Wanneer we de meiden naar boven brengen en ze – door vermoeidheid – blijven zeuren en jij schrikt van de on-opgevouwen was in de kledingkasten, voel ik voor het eerst van de dag een bekend vervelend gevoel, iets dat ik de hele week van je afwezigheid niet voelde. 

Het ego speelt een spelletje, het zoekt naar bevestiging. Ik wil niks over de was horen, ik wil horen dat ik het goed gedaan heb, verdomme. Wederom piekergedachten, wederom het inzicht dat die mij niet helpen en daarnaast dat ze niet eens van mij zijn; het zijn miezerige golfjes op een slootje, niets meer, niets minder. Op de bank delen we ervaringen van de afgelopen week.

‘Laten we stoppen met aldoor maar proberen het beter te doen. Het is goed zo.’ zeg je.
‘Het is inderdaad goed zo.’

De wil is er, nu alleen nog het geloof.



Wil je op de hoogte blijven van komende verhalen? Laat je mailadres HIER achter en je bent de eerste die het hoort.