Willem Meester

Schijnbaar zit het antwoord in mij

Wortels in het kwadraat

Met alleen een onderbroek aan fiets ik door de straten. Gillende mensen op de stoep.

‘De wortel is in de bonus!’

Mijn lijf weet niet hoe snel het fietsen moet. Wolken evenaren teddyberen en de zon laat zich ook nog zien. Ondanks haar stralen is er toch sprake van kippenvel. Onderweg kom ik een man tegen. Hij draagt drie broeken, twee mutsen en een bril met dubbele beglazing.

‘Ik ging langs iedere winkel waar korting was tot mijn pinpas geen zin meer had.’
‘Waarom een bril? De wortelen zijn toch ook in de bonus?’, vraag ik hem.

De man kijkt trots naar zijn bovenste laag kleding en negeert mijn vraag.Vol ongenoegen leg ik hem uit dat worteltjes boordevol vitamine A zitten. Vitamine A zorgt voor rodopsine. Dat is een rode kleurstof dat uiteenvalt wanneer er licht op valt waardoor er een elektrische puls ontstaat welke de staafcellen in onze ogen activeren, zodat we goed kunnen zien in het donker. Hij haalt de twee mutsen van zijn hoofd en gaat met zijn hand door zijn haren.

‘Besef je dat dan niet!’, roep ik terwijl ik achteromkijkend doorfiets.

Ik ontwijk een lantaarnpaal maar vergeet de stoeprand. Sterretjes dansen boven mijn hoofd en flitsende beelden komen voorbij. Wanneer ik ontwaak spuug ik hutspot van de avond daarvoor over de kledingstukken die als een deken over mijn lichaam gedekt zijn. De vloer van de kamer is koud. Op de wand naast mij hangt een poster van een Oral-B reclame. In één van de hoeken van de kamer staat de man met dubbele beglazing, te rillen in zijn onderbroek.

Eenmaal hersteld sta ik nog net op tijd in de rij van de kassa. Ik zweet peentjes door de inspanning die ik leverde. In mijn rechterhand draag ik een bosje wortelen, in de linker mijn pinpas.

‘Heeft u een bonuskaart meneer?’

Ik kijk naar de borsten van Chantal. Ik weet dat ze zo heet omdat ik ook het naambordje zie.

‘Meneer?’

Mijn handen betasten mijn lichaam maar vinden nergens zakken waar die kortingskaart in verstopt zit.

‘Chantal, mag ik jouw korting gebruiken?’, dit keer kijk ik haar recht in haar moeraskleurige ogen aan.
‘Als u thuis een broek aandoet mag u terugkomen.’

Ik klim in de eerste Leger des Heils bak die ik tegenkom en trek aan wat ik tref. Met een driedelig fluwelen pak loop ik op blote voeten door de AH. De rij is langer dan een gemiddelde trein, de klok tikt en ik zweet wederom peentjes.

‘Wat fijn u weer te zien meneer.’
‘Van hetzelfde Chantal.’

Chantal toetst snel een code in. Haar wenkbrauwen kruipen als rupsen omhoog. Verbaasd kijkt ze mij aan.

‘Helaas ze zijn niet meer in de bonus.’
‘En nu?’
‘Misschien hutspot meneer?’

Wil je op de hoogte blijven van komende verhalen? Laat je mailadres HIER achter en je bent de eerste die het hoort.